Elke carrière kent wel een leermeester. Voor archivaris van het Nationaal Archief Paul Brood (62) is dat wijlen Jan Heringa. „Hij gaf me als jonge jongen veel verantwoordelijkheid.”

„Ik liep over een metalen rooster. Buiten was het zomer, maar in het blokvormige gebouw kwam geen licht binnen. Door de kleine gaten in het rooster kon ik naar beneden kijken, waar nog twee etages dozen en banddelen stonden. De geur van driehonderd jaar geschiedenis was muf, maar aangenaam. Ik was net begonnen aan de archiefschool, waarvoor ik een stage mocht lopen in het Drents Archief. Mijn baas Jan Heringa liep voor me uit en hield na nog een paar passen in. Hij wees een zijpad in, waar in kasten zeker twintig meter oud papier lag. ‘Dat is het archief van de Oranjekanaal Maatschappij,’ zei hij met een vriendelijke stem en een grijs brilletje op zijn neus. ‘Dat ga jij ordenen, beschrijven en toegankelijk maken voor wetenschappers.’

„Verrast was ik, dat ik meteen zoveel verantwoordelijkheid kreeg. Maandenlang werkte ik er aan. Op een gegeven moment vond ik een brokkelig en bruin geworden stuk papier uit 1850. Er stonden schetstekeningen op van een te graven kanaal tussen Smilde en Emmen. Het was een bijzonder document en ik was trots dat ik het mocht archiveren. Heringa had me het vertrouwen gegeven met een grote taak. Daar leerde ik in korte tijd heel veel van.

„Heringa stimuleerde me later om in deeltijd rechten te gaan studeren. Ook daarvoor ben ik hem erg dankbaar, want ik leerde vragen stellen, hypotheses opstellen en onderzoek doen. Mede daardoor mocht ik Heringa een paar jaar na zijn pensioen opvolgen als directeur van het Drents Archief. Inmiddels werk ik voor het grootste archief van Nederland: het Nationaal Archief. Heringa is in het leidinggeven nog steeds een voorbeeld: ik werk graag met jonge mensen die met frisse ideeën komen. Dat leidt tot prachtige resultaten. Vorig jaar opende koning Willem-Alexander een grote tentoonstelling bij ons. Daarin kun je door ons archief bladeren met behulp van een groot computerscherm waarop onze collectie is verbeeld als een wereldkaart. In de archiefwereld is dat een grote vernieuwing. Zonder de jonge garde verantwoordelijkheid te geven, was die er nooit gekomen.”