Elke carrière kent wel een leermeester. Voor basisschooljuf Wieteke Klaassen-Zuurendonk (34) is dat haar moeder Marni Zuurendonk (60). Ze werken inmiddels al dertien jaar op dezelfde school.

„Op mijn zesde wist ik het al: ik wil juf worden. Als ik vrij van school had, dan mocht ik met mijn moeder mee naar de Noorderschool in Haarlem. Ze was daar toen al juffrouw. De kinderen in de kleuterklas mocht ik helpen met knutselen, wat ik heel erg leuk vond.

„Natuurlijk deed ik niet alles in één keer goed. Eén keer wees mijn moeder me op iets heel belangrijks. Als twaalfjarige brugklasser ging ik in de vakantie met haar mee naar school. De leerlingen vonden het natuurlijk heel interessant dat er een middelbare scholier was. Sommige kinderen vlogen op me af en vroegen of ze bij me op schoot mochten. Ik heb de hele middag met die kinderen gespeeld. Pas toen mijn moeder het zei, realiseerde ik mij dat ik het anders had moeten aanpakken. Ik had alleen maar aandacht gehad voor de kinderen die om die aandacht vroegen. De kinderen met een minder grote mond, maar die misschien wel net zo goed met me wilde spelen, liet ik zitten. Een heel belangrijke les.

„Toen ik de pabo aan het afronden was, kon ik kiezen bij welke school ik wilde werken. Ik koos die waar mijn moeder lesgaf. Het is zo leuk om haar in de buurt te hebben. Af en toe loop ik bij haar binnen om te vertellen wat voor leuks de kinderen nu weer gedaan hebben. We delen ook de minder leuke dingen. We hebben bijvoorbeeld allebei de neiging veel te lang door te werken. Dat is vaak goed, maar soms gaan we te ver. Daar proberen we elkaar op te wijzen.

„Inmiddels heb ik zelf een dochter: Isa. Ze is pas twee jaar en drie maanden, maar het zal me niks verbazen als zij ook juf wordt. Als er op de crèche iemand huilt, dan gaat Isa het kindje troosten. Het lijkt wel of het in onze genen zit.”