Elke carrière kent wel een leermeester. Voor de Nederlandse ambassadeur in Roemenië Matthijs van Bonzel (58) is dat zijn voormalige baas Jan-Willem Bertens (78).

 

„Tegen wie speelde Nederland in 1978 de WK-finale? Dat was de eerste vraag die ambassadeur Jan-Willem Bertens in Costa Rica me stelde. Ik had de interne opleiding bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken net afgerond. Het was een deftige bedoening geweest. Ik was volgestopt met kennis over bijvoorbeeld de Nederlandse schilderkunst in de jaren vijftig. Nu stond ik in San José om te beginnen aan mijn eerste baan op een ambassade en moest ik mijn baas antwoorden op een vraag over voetbal. Ik snapte er niets van. Waarom moest ik dit weten?

 

„Argentinië! Ik was blij dat ik het antwoord wist. Waarop mijn baas meteen een volgende vraag stelde. Wie schoot in de laatste minuut tegen de paal? Ik was stil. Hoe kon ik dat nou weten? Ik was een nerd die zich bezig hield met economie en internationaal recht. De ambassadeur lachte. Rob Rensenbrink, zei hij, zorg dat je dit soort zaken weet. Pas later werd me duidelijk waarom hij me die vragen stelde.

 

„Op televisie zag ik Bertens tussen nette heren staan. Eén van hen was de Costa Ricaanse president Óscar Arias. Het ging er stijfjes aan toe, behalve tussen Bertens en de president, die geanimeerd stonden te praten. Ik vermoedde dat ze het hadden over rurale ontwikkeling of de export van cacao. Dat waren op dat moment immers de belangrijkste thema’s. Terug op de ambassade vroeg ik aan Bertens waar ze over hadden gesproken. Voetbal, m’n jongen, voetbal, zei hij lachend.

 

„Het is misschien wel de belangrijkste les die ik in mijn loopbaan geleerd heb. Maak contact met mensen. Dat doe ik vaak door niet meteen over de inhoud te beginnen, maar door eerst een relatie op te bouwen. Praten over een licht onderwerp is daartoe een leuk en effectief middel. Goede relaties zijn in het diplomatieke verkeer een voorwaarde om ter zake te komen. Pas als de relatie er is, kan ik hier in Roemenië beginnen over het bestrijden van corruptie, of het goed behandelen van Roma.”