Die ene leraar die je interesse wekte, de eerste baas die je de kneepjes van het vak bijbracht of de wijsgeer die je inspireerde met zijn boeken. Elke carrière kent wel zo’n leermeester (m/v). Voor de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen (52) is dat vooral zijn oud-leraar Grieks en Latijn Frank Tichelman (1924-1999). „Tichelman was een soort afgod voor mij.”

 

„Jocosus Saginarius, zo noemde meneer Tichelman mij. Ook de andere leerlingen klassieke talen van het West-Fries College in Hoorn kregen een bijnaam. Marieke gaf hij bijvoorbeeld de bijnaam Mariulla. Dat werd in de klas vol met pubers al snel Mariula dikke troela. Mijn achternaam Saginarius werd Vaginarius. We hadden veel scholierenlol door de lessen van de strenge meneer Tichelman. Mijn hele middelbareschooltijd kreeg ik tien uur per week les van hem. Heel inspirerend.

 

„Voor het burgemeesterschap bestaat geen opleiding. Het vak heb ik door de jaren heen van veel verschillende mensen geleerd, waaronder een aantal wethouders en burgemeesters waar ik mee samenwerkte. Maar mijn oud-docent Tichelman heeft mij veel basisvaardigheden geleerd. Hij gaf jarenlang het perfecte voorbeeld in speechen. Tichelman declameerde de prachtigste teksten. Hij vertelde ons de meest bijzondere verhalen uit de mythologieën.

 

„Nog steeds gebruik ik archaïsche woorden die ik van hem leerde. Als ik iets niet zo van belang vind, dan noem ik dat ‘een nulliteit’. Laatst ontving ik een beleidsstuk waar ik niet tevreden mee was. In de kantlijn schreef ik het woord ‘lapidair’. Dat is Tichelman pur sang, behalve dan dat hij een rode pen zou hebben gebruikt.

 

„Op mijn dertigste deed Tichelman een poging om mijn bewondering voor hem te temperen. Dat was bij hem in de achtertuin. De zon scheen. De tuindeuren stonden open. Zijn huis ademde de geur van zijn gigantische verzameling Griekse boeken en prullaria. Tichelman, zijn vrouw en ik klonken met een glas wijn, toen hij zei: ‘Vanaf nu moet je me maar tutoyeren, Jocosus.’ Dat was een enorm groot compliment, maar ik vond dat onmogelijk. Ik wilde hem helemaal niet ‘jij’ en ‘Frank’ noemen! Je kunt ook van mensen houden tegen wie je u en meneer zegt. Dat heb ik dan ook geweigerd.”