Die ene leraar die je interesse wekte, de eerste baas die je de kneepjes van het vak bijbracht of de wijsgeer die je inspireerde met zijn boeken. Elke carrière kent wel zo’n leermeester (m/v). Voor kapster Tanja Kroezen (45) was dat Joke Portengen (52). „Ze leerde me aandacht geven aan klanten.”

„Het zwarte behang met roze bloemen bladderde, de vochtkringen trokken op langs de plinten en het rook er altijd muf. Nee, kapsalon Cleopatra was op het eerste gezicht niet de mooiste zaak om mijn kapperscarrière te beginnen. De eigenaresse was een dikke vrouw van in de tachtig. Zelf kon ze nog geen schaar vast houden. Het draaide bij haar alleen maar om het geld. Toch werkte ik er met plezier, want ik mocht daar samenwerken met Joke Portengen. Ze leerde me in korte tijd goed knippen, kleuren en föhnen.

„Ik was als achttienjarig meisje net begonnen aan de kappersopleiding. Natuurlijk durfde ik dus niet meteen alle modellen uit te proberen op klanten. Ik was veel te bang om het te verknoeien. Maar Joke moest niets weten van mijn vrees. ‘Gewoon doen!’ zei ze dan. Door het vertrouwen dat ze me gaf kreeg ik het vak snel onder de knie.

„Vaak ging het nog goed ook, alhoewel ik me herinner dat ik één keer een grote fout maakte. Bij het wassen van iemands haren gebruikte ik veel te heet water, waardoor de klant enorm schrok. Joke nam die taak toen zonder veel woorden resoluut van me over. Pas toen we later weer alleen in de kapsalon waren, peperde ze me nog even goed in dat dit nooit meer mocht gebeuren.

„Joke leerde me aandacht te geven aan klanten. Ze had makkelijk en snel contact met mensen. Bovendien kon ze hun verhalen goed onthouden. Af en toe vond ik dat ze te persoonlijk met klanten omging. De band werd dan wel erg hecht. Maar later merkte ik dat het onvermijdelijk is. Klanten die ik jaren achtereen knip leer ik namelijk vanzelf goed kennen. Soms is de band zo sterk dat ik vriendschappen op Facebook aanga en incidenteel een begrafenis bezoek.”