Wanneer voelt een mens zich ergens niet thuis? En waarom niet? En is dat erg? Floris Alberse vroeg het aan zijn oude opa Piet, zijn Nederlands-Surinaamse kameraad Zawdie en sociologieprofessor Jan Willem Duyvendak.

‘Daardoor voel ik me nou geplaagd,’ zegt mijn opa Piet Alberse (87) boos als hij een vrouw met hoofddoek ziet. ‘Ze denken dat ze hier alles kunnen maken!’ Opa voelt zich niet meer thuis in Den Haag. Dat komt volgens hem ‘door al die buitenlanders’.

Tegelijkertijd voelt mijn Nederlands-Surinaamse kameraad Zawdie (26) zich ook niet thuis in Nederland, doordat veel ‘oude Nederlanders’ hem behandelen als buitenlander.

Jan Willem Duyvendak is professor in de sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar ‘je thuis voelen in Nederland’. De verhalen van Piet en Zawdie staan volgens hem symbool voor de problematiek in Nederland. ‘We willen ons allemaal thuis voelen, maar vaak kan dat helemaal niet.’

Buitengesloten

Zawdie (25) is de perfecte Nederlander. Hij heeft immers een academische opleiding, een goede baan als mbo-docent en hij is lid van een voetbalvereniging. Toch behandelen mensen Zawdie als buitenlander, zegt hij.

‘Mensen zijn verbaasd als ik goed Nederlands spreek, alleen maar doordat ik een donkere huidskleur heb. Dat doet pijn. Het maakt me er telkens weer van bewust dat ik tot een minderheid behoor. Daardoor voel ik me soms buitengesloten.’

Geen racistische bedoelingen
Volgens Jan Willem Duyvendak hebben veel migranten last van buitensluiting. ‘Sommige autochtone Nederlanders hebben domme vooroordelen over immigranten. Daar heeft Zawdie mee te maken, als iemand verrast opkijkt als hij goed Nederlands spreekt.

Autochtonen hebben daar overigens niet per se racistische bedoelingen mee, maar ze sluiten de immigrant onbewust wel buiten.’

Opa

Mijn opa Piet Alberse (87) is oer-Hollands. Zijn hele leven lang woont hij al in Den Haag, een paar jaar tewerkstelling in nazi-Duitsland uitgezonderd. De laatste jaren klaagt hij meer en meer over ‘de buitenlanders’. ‘In mijn portiek wonen in zeven van de acht appartementen buitenlanders. Kun je nagaan!’

Jan Willem Duyvendak: Af en toe wat oppervlakkig contact tussen bevolkingsgroepen is natuurlijk belangrijk, maar hoeven niet elkaars beste vrienden te zijn om ons goed in Nederland te voelen

Als opa overdag door de Haagse winkelstraten loopt, vraagt hij zich af hoe het kan dat gekleurde jongeren in dure kleding lopen. ‘Ze winkelen overdag, dus werken doen ze blijkbaar niet. Die kleding betalen ze dus van een uitkering, of…’ Opa houdt zich even in maar zegt dan toch: ‘Of ze hebben het van jatwerk.’

Afstandelijke hoogopgeleiden
Opa is een goed voorbeeld van een lager opgeleide autochtoon uit een arbeidersmilieu, zegt Duyvendak. ‘Hij heeft de neiging om snel te generaliseren en is vaak negatief in zijn uitspraken.

Hoger opgeleide Nederlanders zijn in hun taalgebruik vaak een stuk genuanceerder, maar ze doen in de praktijk vaak weinig voor migranten. Over het algemeen zijn ze afstandelijker.

Autochtonen uit arbeidersgezinnen praten negatiever over “buitenlanders”, maar zijn een stuk aardiger en hulpvaardiger voor ze.’

Koffie
Ik wilde samen met opa eens een kop koffie gaan drinken bij zijn ‘buitenlandse’ buren. Gewoon eens contact maken kan al een hoop oplossen, dacht ik. Maar dat wilde opa niet. ‘Daar zitten ze helemaal niet op te wachten!’

Volgens Duyvendak overschat ik het belang van het contact. ‘Opa hoeft geen vrienden te worden met zijn allochtone buurman.’ Sterker nog, opa zou zich helemaal niet thuis moeten willen voelen in zijn buurt.

Duyvendak: ‘Dat kan namelijk helemaal niet. Daarvoor is zijn buurt veel te divers. Je thuis voelen is een heel diepe emotie. Die kun je bijna alleen ervaren in het gezelschap van mensen die helemaal hetzelfde als jij zijn. Omdat jouw opa’s portiek zo divers is, is dat praktisch dus onhaalbaar.’

{image:567}
Zawdie in Suriname

Nerderlandstalige muziek

Maar blijft opa dan eenzaam en geïsoleerd achter? ‘Nee,’ zegt Duyvendak. ‘Het gaat er namelijk om dat je opa voldoende vertrouwde mensen in de buurt heeft. Dat hoeft niet in zijn portiek, als het maar in zijn omgeving is. Bijvoorbeeld tijdens een leuke bijeenkomst met Nederlandstalige muziek in het dorpshuis. Bingoot je opa?’

Van de professor hoeven we niet één homogene groep te worden. ‘Af en toe wat oppervlakkig contact tussen bevolkingsgroepen is natuurlijk belangrijk, maar het woord assimilatie wordt veel te veel gebruikt.

Minister Asscher van Sociale Zaken wil van ons een eenheidsworst maken, dat is onzinnig en onhaalbaar. We hoeven niet elkaars beste vrienden te zijn om ons goed in Nederland te voelen.’

Integratie in de zin van totale vermenging is niet heilig voor Duyvendak. ‘Etnische minderheden mogen elkaar juist best opzoeken en samenklonteren. Vanuit die veilige basis treden zij de samenleving namelijk veel opener tegemoet.’

Psychiater

Zawdie en ik gaan in de radiodocumentaire die ik met hem maakte naar een psychiater om een oplossing te zoeken voor zijn ontheemde gevoel. De psychiater vindt dat Zawdie meer op zoek moet gaan naar zijn eigen verhaal, zijn eigen identiteit.

Daardoor zou hij zich minder gaan ergeren aan mensen die hem als buitenlander zien. ‘Dat kan een oplossing zijn,’ zegt de socioloog Duyvendak. ‘Maar Zawdie heeft het niet helemaal in eigen hand. Discriminatie van Surinaamse Nederlanders vindt nog steeds plaats en de cijfers namen de laatste tien jaar helaas niet af.

Duyvendak constateert dat juist immigranten die lekker meedraaien vaker ‘afgestraft’ worden. ‘Hoger opgeleide immigranten, zoals Zawdie, ervaren meer problemen met discriminatie dan lager opgeleiden. Dat komt doordat de hoger opgeleiden meer in contact komen met de overwegend blanke elite.’

De oplossing voor mijn kameraad is volgens de professor dezelfde als voor mijn opa: ‘Zoek omgevingen op waarin je vanzelfsprekend jezelf kunt zijn. Dat kan soms in je werk, maar waarschijnlijker is het dat je het vindt bij een sportvereniging of thuis bij je familie. Accepteer dat je je niet in elke omgeving thuis voelt.’

Jan Willem Duyvendak is socioloog en auteur van The Politics of Home – Belonging and Nostalgia in Western Europe and the United States (Palgrave, 2011)

Opa Piet Alberse vertelt zijn verhaal in de documentaire De flat van mijn opa (2011).

Holland Doc Radio met Floris Alberses documentaire over de zoektocht van Zawdie: De zwarte in het witte land.

 

Dit artikel verscheen in de VPRO Gids.