Cabaretier Howard Komproe zoekt in zijn theatervoorstellingen naar eigen zeggen altijd de grens op. Als reactie op Moederdag, Vaderdag en Internationale Vrouwendag bedacht hij de term ‘Negerdag’. Op zijn Twitteraccount maakte hij via ‘#Negerdag’ zijn idee openbaar, maar zijn grap viel niet bij iedereen in goede aarde. Deze ervaringen inspireerde hem tot het schrijven van het boekje De grens van de grap

Heisa
In De grens van de grap reconstrueert Komproe de hele heisa die ontstond na het uitroepen van 12 maart als internationale ‘Negerdag’. Hij gebruikt hiervoor voorbeelden van de boze reacties en doodsbedreigingen die hij ontving op Twitter.

In zijn zoektocht naar de vraag hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen, voorziet hij de gebeurtenissen van commentaar en geeft hij zelfhulpopdrachten voor -zoals hij schrijft- ‘negers’ en ‘niet-negers’.

 

Stine Jensen
Ook anderen laten in het boek als ‘grensbewakers’ verschillende voorbeelden zien van grenzen stellen. Zo vertelt journalist Robert Vuijsje over het ‘Joden’-geschreeuw bij voetbalwedstrijden, schrijft advocaat Gerard Spong dat ‘het aanzetten tot belediging niet strafbaar is’ en rept filosofe Stine Jensen over ‘negeremancipatie’.

 

Waarom kan ‘Negerdag’ niet als grap worden gezien? Bestaat zoiets als de grens van de grap? Wat is de conclusie van het boek? Hierover en meer vertelt Howard Komproe vanavond bij Pauw & Witteman.

Lees hier het eerste deel van De grens van de grap.

Redactie: Floris Alberse